Skip to main content
Blog 2022Laurence H.Voorstelling

Wie ik ben

By 27 februari 2022maart 1st, 20222 Comments

Wie ik ben

Stel jezelf eens voor

Het wordt ons vaak gevraagd: ‘Stel jezelf eens voor’. Dat gaat vaak vrij klassiek: je zegt je naam, leeftijd, studies, beroep, woonplaats, relatie, gezin, hobby’s. Chronisch ziek zijn heeft mij doen inzien dat dit weinig zegt over wie je echt bent. Het zegt meer over wat je doet en waar je staat in je leven.  Neem nu je studie en je beroep, is het zo bepalend voor ons dat we het steevast vermelden als we ons voorstellen?  Misschien zegt het meer over het maatschappelijk denkbeeld dan over onszelf.  Uiteraard ontlenen we een identiteit aan wat we (beroepsmatig) doen. Dat kennen we als onze ‘beroepsidentiteit’. Soms valt dat samen met onze identiteit, maar dat is niet altijd zo.  Denk maar aan de mensen die door Covid-19 noodgedwongen ander werk hebben moeten zoeken.

Mijn beroepsidentiteit was sterk, zo sterk dat ik het vandaag nog steeds niet kan loslaten. Dat komt deels voort uit mijn levensweg. Als jonge mantelzorger en persoon met een chronische ziekte heb ik moeten vechten om mijn diploma te halen en om alles te combineren (lees: jongleren). Ik heb ’s nachts gestudeerd, tijdens ziekenhuisafspraken en opnames en aan het ziekenhuisbed van mijn familie. Toen ik mijn diploma haalde, stapte ik gemotiveerd het werkveld in. Het was niet gemakkelijk, maar ik haalde er veel uit. Mijn werk zorgde voor veel meer dan brood op de plank en financiële zekerheid.

Mijn werk was (de enige) tijd voor mijzelf. Het deed mij mijn zorgen vergeten en gaf mij de kans om mij te ontplooien en zorgde voor sociale contacten. Ik had ook het geluk om een werk te mogen doen dat mijn passie was. Mijn werk was dan ook een wezenlijk deel van mijn leven, waar ik graag over vertelde. Ik moet wel eerlijk zijn: veel keuze had ik niet. De combinatie van mantelzorg en chronisch ziek zijn, nam al mijn tijd in. Ik had geen ruimte voor hobby’s of een sociaal leven. Mijn beroep was mijn leven, het was allesbepalend. Of dat dacht ik toch. Tot ik niet meer kon werken. Zonder mijn werk bleef ik niet alleen achter met de vraag ‘Wat kan ik nog?’ maar ook ‘Wie ben ik nog?’.

Als ik ben wat ik heb en ik verlies alles wat ik heb, wie ben ik dan?” – Erich Fromm

Een keten van verlies

Jarenlang heb ik mijn dromen en plannen aangepast: mijn hobby’s stopzetten, van afstudeerrichting veranderen, een jaar langer doen over mijn studies, geen twee masters combineren, niet doctoreren, van werk veranderen, deeltijds werken, van thuis werken en mijn werk stopzetten. Het was voortdurend aanpassen en uit handen geven. Je geplande weg niet kunnen volgen en een andere weg nemen. Chronisch ziek zijn staat voor mij gelijk aan chronisch verliezen.  

Verlies van mogelijkheden    

Verlies van lichaamsbeeld       

Verlies van vrijheid

Verlies van zelfstandigheid

Verlies van hobby’s       

Verlies van zingeving 

Verlies van zekerheden 

Verlies van zorgeloosheid

Verlies van werk           

Verlies van inkomen     

Verlies van status

Verlies van collega’s

Verlies van rollen

Verlies van sociaal netwerk

Verlies van toekomst

Verlies van eigenwaarde               

Verlies van zelfvertrouwen     

Verlies van perspectief

Verlies van dromen                      

Verlies van plannen

Verlies van vertrouwen                 

Verlies van hoop

Verlies van mobiliteit

Verlies van identiteit                  

Toen mijn werk wegviel, bleef er niets meer over van wie ik was. Je kan het vergelijken met een topsporter die zijn sport niet meer kan beoefenen door ziekte of een blessure. Jarenlang zetten zij alles opzij voor hun sport, hun passie en hun leven. Als dat wegvalt, valt weg wat hen bepaalde en worden ze geraakt in de kern van mijn bestaan. Wie zijn zij naast hun sport(prestaties)? Zo voelt het ook voor mij. Het voelt als een diepe val, de bodem raken en in scherven op de grond liggen. Het voelt als gebroken zijn, verloren en verward. Als een eindpunt: een zwart gat, of een nieuw begin: een blanco blad. Als op een nulpunt staan, op een kruispunt zonder richting aanwijzingen en een GPS die het Noorden kwijt is (of in een andere tijd: een kompas waarvan de wijzers op hol slaan).

Wie ben ik (nog)?

Om te weten te komen wie ik ben, moet ik de scherven van mijn ‘zijn’ samenrapen en weer aan elkaar lijmen. Ik moet mijzelf de vraag stellen: Wat is belangrijk voor mij? Wat wil ik doen met mijn leven? Waar wil ik echt een verschil maken? Op zich is dat duidelijk voor mij: mijn hart klopt voor de kwetsbaren in onze samenleving, voor de mensen die minder kansen krijgen. Vooral voor mensen die chronisch ziek zijn en hun naasten wil ik een betekenisvol verschil maken. Hun verhaal raakt mij, hun leven wil ik verbeteren. Ik wil mee zorgen voor minder onrecht, minder oordelen, minder onbegrip, minder exclusie. Voor hen spring ik dan ook op de barricades, voor mijzelf is dat een uitzondering.

Als persoon ben ik altijd zorgzaam geweest en behulpzaam. Dat ik zorgzaam ben, betekent helaas niet dat ik zorg draag voor mijzelf. Daar is mijn leercurve nog groot (lees: stijl omhoog). 

Ik lig wakker van sociaal onrecht, wat mij ook aanspoort tot actie.  Het kan beter, het moet beter en daar wil ik volop mijn schouders onder zetten. Ik voel mijn een changemaker, of zo zou ik toch willen zijn. Maar de wereld verander je niet alleen, dat doet je samen. Ik breng dan ook graag mensen samen.

Als ik ergens mijn schouders onder zet, dan doe ik dat voor de volle honderd procent. Bezieling, passie, vuur. Het maakt deel uit van wie ik ben. Misschien deels door chronisch ziek te zijn, door alle uitdagingen en teleurstellingen op je weg maar het hangt ook samen met mijn daadkracht en verlangen naar zingeving. Want dat ben ik ook: ben een zinzoeker, die een betekenisvol verschil maken voor mens, dier en klimaat.

Rechttoe rechtaan, dat is ook een eigenschap van mij. Ik zeg (of schrijf) waar het op staat, zonder te verbloemen en zonder te kwetsen. Dat maakt dat ik mijn woorden wik en weeg, soms weer inslik en dat ik zoek naar de juiste toon.

Ik hecht veel belang aan authenticiteit, in de zin van ‘echt’ zijn, oprecht, geen masker dragen. En toch heb ik jarenlang een masker gedragen. Het was mijn tweede natuur. Maan zingt het zoals het voelde voor mij ‘Ze huilt maar ze lacht‘. Ik toonde mij zelfzeker, vrolijk, sterk. Mijn twijfels, zorgen en verdriet verborg ik achter een masker van ‘gezond en wel’.

De verlangens in mijn hart

Helpen, zorgen, zit in mijn bloed. Het is wat ik wil doen met mijn leven. Door mijn eigen levensweg werd dat verlangen enkel nog sterker. Ik wil mensen nabij zijn, naast hen staan, hun pijn en verdriet met beide armen omvatten, en samen op zoek gaan naar een raam in het donker. Het donker dat ik niet kan wegnemen, maar wel lichter kan maken. Emily Dickinson weet dat mooi te verwoorden, en laat mij tegelijk voelen: jouw leven is niet zinloos.

If I can stop one heart from breaking, 
I shall not live in vain; 
If I can ease one life the aching, 
or cool one pain,  
or help one fainting robin 
unto his nest again,  
I shall not live in vain.

De laatste jaren is mijn innerlijk kompas de weg kwijt. Wat altijd zo belangrijk was voor mij, mensen helpen, voelt vreemd aan. Ik denk dat ik teveel gezorgd heb, terwijl ik zelf op geen zorg kon rekenen. Hoeveel het nog deel uitmaakt van wie ik ben, ben ik nu aan het onderzoeken.

Naast het helpen van mensen, verlang ik naar een verschil kunnen maken, naar zingeving. Ik verlang naar bezieling. Ik verlang naar een leven zonder ziekenhuizen, medicatie en therapie (medische technologie). Ik verlang naar een leven zonder aanpassingen en toegevingen. Een leven waar niet alles een compromis moet zijn en waar dromen nog mogelijk zijn. Een leven waar mijn kunnen en willen op één lijn staan, in plaats van lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een leven waar ik het nog kan en mag: gelijkwaardig zijn.

Als de nacht nog niet zo oud is 
en mijn bed nog niet zo koud is
droom ik 
dat ik alles mag
en alles kan
en alles heb
maar één ding wil ik niet 
een potje om te huilen
een potje voor verdriet
Hans en Monique Hagen 

Wat mijn hoofd gerust

Ik trek mij graag terug in de natuur. Bossen, weidse velden, de zee. De zee is mijn rustpunt, mijn haven, de plaats waar mijn gedachten gesust worden en waar ik kan voelen wat ik voel. Luisterend naar haar echoënde klanken en kijkend naar haar beukende golven vol schuim, die dan weer uitdeinen op een uitgestrekt strand, kan ik mijn gedachten laten varen en zijn. Wat de zee voor mij betekent, kan je lezen in het gedicht van Toon Hermans.

Ik zet mijzelf 
hier neer 
in 't zand 
en luister naar 
de wind. 

Hier bij de zee 
die eeuwig ruist 
ben ik een 
beetje kind. 

Hier ga ik op 
in 't heelal 
in 't zingen 
van de zee. 

Hier ben ik even 
net iets meer 
dan de dingen 
die ik dee. 

Net zoals de natuur mij tot rust kan brengen, vind ik rust bij dieren. In die mate dat ik het zelfs als beroep overwogen heb. Met hun puurheid en oprechtheid vinden zij altijd een weg naar je hart. Naast pootafdrukken in mijn hart, vind je ze ook in mijn huis.

En dan is er nog muziek. Muziek kan schuiven opentrekken, ontroeren, motiveren, inspireren en verdriet verzachten. Het brengt je bij de hartslag van het leven en bij je eigen gevoel, je eigen hart. Wat muziek voor mij betekent, beschrijven Louane Emera en Grand Corps Malade met het lied ‘Derrière le brouillard’. En oh ja, ik hou van de Franse taal.

Mijn onvermogen

Zo graag ik aan zee ben, zo sterk confronteert het mij ook met mijn beperkingen. Lange wandelingen zitten er niet meer in en een dagje zee put mij enorm uit. Ik zie ook mensen van alles ondernemen wat er voor mij niet meer inzit. Het confronteert mij met wat ik niet kan en dat is niet even opbeurend.

Mijn onvermogen is een rode draad in mijn leven: mijn lichaam trekt vaak een streep onder (en door) wat ik wil doen, hoe groot mijn wilskracht ook is. Steeds weer moet ik afwegen wat ik zal doen en laten (en hoe ik dat moet goedpraten). Ik noem dat ‘willen-maar-niet-kunnen’. Soms valt het zo moeilijk voor mij dat ik mijn dromen en plannen in een schuif opberg. Om niet opnieuw teleurstelling te moeten ervaren. Om niet te moeten missen wat ik mis. Om niet te verlangen naar wat buiten mijn bereik ligt. Om niet opnieuw te moeten ervaren dat mijn droom een luchtkasteel is, een illusie.

Hoe vreemd is het wanneer een illusie sterft. Het is alsof je je kind hebt verloren.” _ Judy Garland

Door mijn onvermogen ervaar ik mijzelf als iemand die faalt, als iemand die gefaald is. Ik zie meer mijn mislukkingen dan mijn successen. Ik zie meer mijn laagtes dan mijn hoogtes. De hoogtes die ik kleiner maak dan ze zijn want etaleren vind ik lichtjes (lees: heel erg) vervelend. 

Ik zou graag schrijven dat ik tevreden ben met wat ik kan en waar ik sta. Dat ik mijn plaats gevonden heb en dat ik iemand ben. Maar dat kan ik niet. Ik heb het moeilijk dat ik de norm niet haal en dat ik maatschappelijk (en persoonlijk) faal. Ik mis het om te werken, niettegenstaande ik voel dat het niet meer gaat. De waarheid is dat ik mij mislukt voel en dat ik elke dag tegen mijzelf zeg: doe nu toch eens meer je best! Vaak slaag ik daar niet in waardoor ik mij waardeloos voel. De waarheid is dat ik elke dag tegen mijzelf zeg: ik ben niemand.

Mijn schrijvershart

Om met de zorgen in mijn leven om te gaan, werd mijn pen mijn bondgenoot. Schrijven is voor mij een manier van toegang zoeken, contact maken met mijzelf, mijn gevoelens en gedachtewereld, maar ook met de maatschappij. Ik schrijf om mijn innerlijk kompas te raadplegen, om duidelijkheid te krijgen. En ik schrijf over wat in mijn hart leeft. Al schrijvend krijgen mijn gevoelens bestaansrecht. Op papier kan ik aan het graf van mijn dromen staan en langzaamaan in termen komen dat het leven dat ik kende achter mij ligt. Als lezer zal je te weten komen wat ik denk en voel, zoals Toon Tellegen het beschrijft: 

De lezer wordt schrijver, 
trekt de kleren van de schrijver aan,  
eet zijn brood,  
zit aan zijn bureau, buigt zich over zijn papier – 
verwondert zich over de immense, tot voorbij de horizon zich                                     
                                      uitstrekkende, oogverblindende witheid ervan –  
neemt zijn pen in de hand,  
denkt wat de schrijver denkt,  
voelt wat de schrijver voelt (onder andere : pijn) 
en wacht                 
                                      tot iemand hem stoort 
maar niemand stoort hem,  
hij wacht tevergeefs.  

Schrijven is een inherent deel van mij. Mijn tranen worden inkt op papier, mijn proteststem gebalde woorden, en het stelt mij in staat om een stem te geven aan wat ‘onverteld’ is in mij en zijn weg naar buiten zoekt.

Wie ik (niet) ben

Vandaag loop ik in de sporen van wie ik was, zoekend naar wie ik (nog) ben, met wat ik (nog) kan met mijn chronische ziektes en als mantelzorger. Het is een voortdurend zoeken waarbij ik de maatschappelijke norm van ‘presteren en renderen’ naast mij probeer te leggen. Probeer, want het gaat helaas niet van een leien dakje. We leven nu eenmaal in een maatschappij waar wat je ‘doet’ bepalend is voor wie je ‘bent’.

Maar ik heb lessen geleerd. Ik weet nu in mijn hart dat het niet gaat om wat ik doe of gedaan heb. Ik ben wat mij raakt, waar ik wakker van lig. Ik ben de keuzes die ik maak, de wegen die ik neem en zijlings laat, soms verkeerdelijk en dan weer goed. Ik ben de woorden die ik zeg en schrijf, de boeken die ik lees en de muziek waar ik naar luister. Het is het verlangen van mijn hart, de barsten in mijn ziel en mijn dromen die zorgvuldig opgeborgen zijn, met een gouden lint eromheen, wat maakt wie ik vandaag ben. Zo ben ik vandaag ver van wie ik dacht (en verwacht werd) te zijn, maar misschien wel dichter bij mijzelf dan ik dacht.

Ik was overal en nergens
In mijn eigen web verward
Zag een doorgedraaide wereld
En de waan van elke dag
En ik trok mezelf in twijfel
Tot er niets meer over was
Maar ik was dichter bij de kern dan ik dacht
Stef Bos

Vandaag kijk ik naar mijzelf vanuit de symboliek van Kintsukuroi, een Japanse techniek waarbij gebroken aardewerk hersteld wordt met lijm met goudpoeder in. Kintsukuroi staat symbool voor de schoonheid van imperfectie en voor de breukervaringen in ons leven.  Ervaringen die deel zijn van ons levensverhaal en die ons mee vorm geven. Misschien moeten we wel in scherven uit elkaar vallen om te weten te komen wie we werkelijk zijn.

Laurence H.

Author Laurence H.

More posts by Laurence H.

Join the discussion 2 Comments

  • Mirella Claesen schreef:

    Hoi Laurence H., wat ben ik je dankbaar om dit te mogen lezen. Ik heb je verhaal gevoeld, net zoals Toon Tellegen het omschrijft. Ik heb van je (verhaal) geleerd! Ik kijk uit wat je mij nog ’te leren’ hebt. Bewonderende groeten, Mirella

  • VeerLicht schreef:

    Je deelt mooie gedichten van anderen. Bekende dichters. En andere artiesten.
    En dan kom ik hier en dan weer daar ongelooflijk prachtige zinnen tegen,
    zo mooi dat ik ze nog eens herlees. Om kippenvel van te krijgen!
    Van jou.
    Je bent ook een dichter!
    Chapeau!

    Veel liefs en
    veerkracht!

Leave a Reply

Blog volgen

Blijf op de hoogte van de nieuwe blogposts!

%d bloggers liken dit: