Skip to main content

Extra time – Meer dan gewoon

Extra time, toen ik het hoorde, sprak het mij direct aan. Het klonk mij bovendien bekend in de oren, maar ik kon er de vinger niet op leggen.  Met de hulp van Google weet ik het weer:  het is een programma op Canvas over de voetbalactualiteit.  Maar daar ga ik het niet over hebben. Voor mij heeft Extra time een heel andere betekenis en die leen ik af van het woord ‘extra’. Volgens het Van Dale woordenboek staat extra voor ‘boven het gewone’. Vertaald naar tijd betekent dat ‘meer tijd dan gewoonlijk’. Stel het je eens voor: een dag die meer dan 24 uren telt. Het is een wilde droom van veel mensen. Mensen die zichzelf rond de klok voorbijlopen aan honderd kilometer per uur.  

Around the clock, van Deeraj Nanduri
Deeraj Nanduri

Hoe vaak ik niet al gehoord heb: “Als ik een paar uur extra had op een dag, dan zou ik …”. En toch heb ik daar mijn bedenkingen bij. Dat surplus aan uren zou in de kortste tijd weer ingevuld worden met een blijvende nood aan meer tijd. Meer willen zit nu eenmaal in onze aard. Maar het is niet omdat je iets graag wil dat het ook kan.  In de strikte zin is extra tijd dus niet mogelijk.  

Geen tijd te verliezen

Voor mij gaat Extra time om ‘gewonnen’ momenten.  Momenten die voor veel mensen tijdverlies lijken. Zoals wanneer je in het verkeer staat, voor het verkeerslicht, of erger nog, in de file. Tijd dat je wacht dus.  Deze ‘wachttijd’ komt ook voor in de wachtzaal van je arts of therapeut of in de rij in de supermarkt. En wachten, daar zijn we vandaag niet meer goed in. We lijken het wel verleerd. Kijk maar naar het aantal artikels op het internet over de snelste rij kiezen in de supermarkt, een onderwerp dat ook al op de radio te horen was. Ook in tevredenheidenquêtes komt vaak terug of je tevreden was over de wachttijd.  Het is dus wel duidelijk, we wachten niet graag. Dat is ook begrijpelijk in onze jachtige samenleving waar efficiëntie de klok slaat. Elke minuut telt, in die zin is het normaal dat wachten moeilijk is. En toch ontkomen we niet aan. 

Wachttijd, verloren tijd?

Chronisch ziek zijn confronteert je met veel wachttijd:  wachten op een onderzoek, op de resultaten, op een behandeling, op het effect daarvan. Wie chronisch ziek is, heeft vaak ook ervaring bij de vleet met wachtzalen. Het aantal uren dat ik intussen al in wachtzalen heb doorgebracht, kan ik inmiddels niet meer tellen.  In het begin voelde wachten aan als verloren tijd, en kreeg ik het er ook op mijn zenuwen van. Dat zie ik vandaag ook bij andere ‘wachtenden’ in het ziekenhuis. Ik zie mensen op het puntje van hun stoel zitten en met regelmaat van de klok op hun uurwerk kijken. Nu en dan vragen ze wanneer het aan hen is.  Een zucht of twee en een gefronste blik verraadt dat ze het zachtjes aan op hun heupen krijgen.  Hun lichaamshouding wordt met de minuut meer gespannen, alsof ze klaar staan om uit hun stoel recht te springen.  In enkele gevallen voel je de spanning tot op je eigen stoel. En dan zijn er de mensen die voor zich uit mijmeren, in een boek lezen of een gesprek voeren met de persoon naast hen. Wanneer hun naam wordt afgeroepen, lijkt het zelfs dat ze gestoord worden. Op zijn minst zijn ze verrast dat het al aan hen is, zelfs al zitten ze al een tijdje (lees: uren) in de wachtzaal. 

Het besef van tijd

Met de tijd veranderde ik van een ‘ik-zit-op-het-puntje-van-mijn-stoel’-persoon in een ‘is-het-al-aan-mij’-persoon. De tijd in de wachtzaal is tijd voor mijzelf, om mijn gedachten te ordenen, om te soezen, door een boek te bladeren, te lezen als het gaat. Onder het speelse streepje zon dat door de lamellen zijn weg zoekt, ervaar ik geen tijd meer. Of is het net niets dan tijd? Wat het ook zij, het moment dat het besef van tijd verdwijnt, voelt het leven aan als ‘meer dan gewoon’.  Maria Vasalis weet dat gevoel in woorden te vatten in het gedicht ‘Eb’ en de schoonheid van wachten te beschrijven.

Gedicht Eb van M. Vasalis

Dat gevoel had ik ook aan het sterfbed van mijn moeder. Steeds dichter bij haar einde voelde de tijd tijdloos aan. Ik volgde enkel en alleen haar adem. De ene keer luid en zwaar, dan weer amper hoorbaar. Een ademstop haalde mij weer in het hier en nu: ‘Stopt het nu?  Is onze weg hier aan zijn einde?’  Een nieuwe ademteug stelde mij gerust: ‘Ze ademt nog.’ En zo dacht ik telkens weer:  ‘Ooit, later, binnenkort, is dit voorbij.  Ben jij voorbij. Zijn wij voorbij.’  

Met de dood voor ogen

De tijd van waken en wachten doet mij denken aan haar – en onze – laatste jaren.  Tijd krijgt meer waarde wanneer je weet of leert dat je tijd beperkt is. Je denkt na over wat je wil doen met jouw tijd. De palliatieve weg van mijn mama was op zijn zachtst gezegd een strijd. Een strijd voor haar leven, voor meer tijd. We hebben samen gehuild om wat er was en niet meer komen zou. We hebben wanhoop ervaren.  Er waren momenten dat we geen voet meer hadden om op te staan en geen plaats om naartoe te gaan. Het was hard en moeilijk. Ik heb meermaals tegen de grenzen van mijn kunnen gebotst en al onze liefde ten spijt, zijn we elkaar bijna verloren. Waar we de lans braken voor elkaar, vlogen we soms uit naar elkaar. Maar ondanks alles waren de laatste levensjaren van mijn mama gelukkige jaren. Het waren letterlijk en figuurlijk jaren van Extra time voor haar. Ze heeft voluit geleefd en dat was niet gebeurd als ze de dood niet in de ogen had gekeken.

Zinloos of zinvol  

Door haar ziekte brachten we veel tijd door in het ziekenhuis. Soms twee, drie dagen in de week. ’n Beetje zoals ik nu.  Soms – meestal eigenlijk – alle weekdagen. Dagopnames, van het vroege ochtendgloren tot zonsondergang. En dan waren er nog de ziekenhuisopnames. Het ziekenhuis was eigenlijk onze tweede thuis. We kenden alle gangen, de beste hoekjes en zelfs de dokter herkenden we van ver aan het klakken van haar hakken. Wanneer we naar huis gingen, riepen we steevast ‘Tot de volgende keer!’. Het klinkt bijna als een stamcafé :-). Nu pas besef ik hoezeer het deel was van ons leven.

Ik bewaar veel mooie herinneringen aan onze ziekenhuistijd.  Aan Kerstmis in het ziekenhuis met een kleine plastieken kerstboom, oplaadbare theelichtjes (echte mochten niet), slingers en een kerststal. In de lente en zomer werden het kunstbloemen en slingers in vrolijke kleuren. Ik nam eten mee van thuis en stapels foto’s om herinneringen op te halen en, we maakten lijstjes van alles wat ze nog wilde doen.  Een daar maakten we dan weer plannen voor. Zinloos vonden de artsen, maar het bracht ons plezier en het kocht haar tijd, want het wakkerde haar levensvuur aan. Uiteindelijk brak ze alle statistieken en voorspellingen over hoelang ze nog zou leven. Ze heeft nog drie jaar geleefd in plaats van de voorspelde tijd van drie weken tot hoogstens 3 maanden. Jaren waarin we geleefd hebben in het ziekenhuis. Maar daar waren ondanks alle zorgen veel mooie momenten bij. In elk geval heeft het mij geleerd dat tijd die op het eerste zicht verloren lijkt net heel zinvol kan zijn.

Meer dan gewoon

Ik wens je oprecht tijd toe die meer dan gewoon is. Dat je in die ‘zinloze’ tijd in de file, wachtrij en wachtkamer een bijzonder moment mag ervaren. Een moment van bezinning, een helpende gedachte of een goede babbel met een andere ‘wachtende’. Ga er niet naar op zoek. Ik heb geleerd dat Extra time je weet te vinden als je het ’t minst verwacht, en misschien ook wel als het leven ’t minst naar je lacht.

Laurence H.

Author Laurence H.

More posts by Laurence H.

Join the discussion 6 Comments

  • Heidi Geuens schreef:

    Prachtig verwoord en helemaal herkenbaar. Ook ik heb altijd een boek of mijn e-reader bij in afwachting van een onderzoek of behandeling in het ziekenhuis.
    Veel sterkte met je verlies 💖

  • Anne-Mie schreef:

    Mooi verwoord, herkenbaar. Leven in een andere realiTijd geeft onze tijd ook een extra dimensie. Alsof, in de wachtrij een deurtje in mijn hoofd open gaat en laat zien wat er op dát moment te zien is.

  • Veerle schreef:

    Lieve Laurence

    Op dit moment, terwijl ik je verhaal lees, lacht het leven me minder toe.
    Je bent zo’n schrijfster die door je vlotte troostende pen uitnodigt verder te lezen.
    Als ik lees hoe je samen met je mama wilde plannen maakte voor een toekomst die onwaarschijnlijk werd geacht, hoe jullie met de moed der wanhoop mooie momenten beitelden uit een haast marmeren noodlot, hoe jullie deze heldhaftige strijd ook samen wonnen door alle verlangde gedroomde tijd om te buigen naar gewonnen tijd…
    ik word er zo stil van!

    Ik denk dat ik dan maar gauw het zware deken van mijn schouders schud, mijn zomerjurkje en zonnebril aantrek en met opgeheven hoofd de natuur in trek om wat extra gewonnen tijd te oogsten.

    Dankjewel voor je prachtige krachtige woorden!
    💝
    Veerle

    • Laurence H. schreef:

      Dag Veerle,
      Wat jammer om te lezen dat het leven je nu minder toelacht.
      Ook voor mij is het vaak beter om naar buiten te gaan als het een baaldag is. Als de vermoeidheid overweldigend is, de pijn moeilijk om dragen en mijn hart enkel verdriet voelt.
      Soms, vaak, wordt dat gewonnen tijd.
      Soms blijft het moeilijk. En dat mag ook. Het leven is geen highway. Het wordt niet altijd beter. Maar zelfs in die moeilijke momenten, kan het ons vinden of kunnen wij het oogsten.
      Veerle, ik wens je een oogst toe, een glimp van gewonnen tijd en hopelijk meer.
      Veel steun en dank je wel voor je waardering.
      Laurence

Leave a Reply

Blog volgen

Blijf op de hoogte van de nieuwe blogposts!

%d bloggers liken dit: